tussen naïef enthousiasme en bedachtzame ervaring

Ik sta aan een tijdelijke tramhalte in een voor mij onbekende omgeving. Het groene bos is sinds enkele uren pikzwart geworden en auto’s razen aan hoge snelheid voorbij. Het eenzame wachten en het late uur maken me een beetje nerveus. Er komt een jongetje op het perron gelopen. Hij draagt een trainingspak en heeft een voetbaltas over zijn schouder hangen. Veel te jong om hier zo laat op dit uur rond te lopen, denk ik. Een hangjongere. “Stopt de tram hier?” vraag ik hem. “Ja hoor, ik moet die ook nemen”.

Hij komt naast mij zitten. “Ik ben een beetje bang” zegt hij voorzichtig. Ik moet lachen en zeg hem dat we dan samen bang zullen zijn. Dat ik de buurt ook niet zo aangenaam vind, maar dat ik blij ben dat hij ook dezelfde kant op moet. “Vandaag heb ik mijn eerste voetbaltraining achter de rug. Normaal gezien moet je drie keer langskomen voor je geselecteerd wordt, maar ik ben binnen”. Hij glundert. Twaalf jaar is hij. Zijn telefoon gaat. Hij stelt zijn moeder gerust. “Mama is bezorgd. Ze belt me nu echt heel veel.” Ik slik de vooroordelen die ik eerder had in en vervloek mezelf dat ik me er überhaupt weer schuldig aan heb gemaakt.

Op de tram ratelt hij vrolijk verder, afgewisseld met het geruststellen van zijn moeder. “Ik zit nu in het zesde leerjaar, maar ga volgend jaar naar de sportschool. Ik mocht ook Latijn gaan studeren van de juffrouw, maar ik wil echt graag professioneel voetballer worden. Daar kan ik nu best al voor beginnen oefenen”. Zijn oudere broer voetbalt al langer. Het jongetje hoopt net zo goed te worden als hem. Als ik hem vraag of hij al weet bij welke ploeg hij later wil voetballen, zegt hij dat het hem niet uitmaakt. “De ploegen die mij kiezen, hé”.

Bij elke halte stelt hij mij gerust. Hij telt mee hoeveel haltes ik nog moet blijven zitten tot we bij het Centraal Station zullen aankomen. Het jongetje vraagt me of ik misschien wil dat hij een halte te ver afstapt. Zo kan hij mij de weg wijzen. Dat aanbod sla ik af. Ik bedank hem voor zijn oprechte vriendelijkheid en zeg hem dat ik blij ben dat ik hem ben tegengekomen. Ik wens hem een mooie toekomst als voetballer toe. Hij kijkt nog één keer achterom voor hij afstapt en glimlacht lief.

Zijn woorden zinderen na. De met naïviteit doordrenkte uitspraken raken mij tot diep in mijn binnenste. Het is een zwart-wit contrast met een gesprek dat ik enkele weken geleden voerde met een man van middelbare leeftijd. Hij vertelde dat jonge mensen zo ontzettend hard geloven in de maakbaarheid van de wereld. We willen het anders doen dan zij die ons voorgingen. Hij omschreef hoe jonge mensen zich profileren als wereldverbeteraars, maar na enkele maanden in het feitelijke werkleven uiteindelijk toch vaak belanden in een bepaald stramien. “Als je ouder bent, zie je patronen”.

Over enkele maanden studeer ik af. Voor de allereerste keer in mijn leven weet ik niet wat de volgende stap zal zijn. Dat is gewoonweg zo ontzettend spannend. Gemotiveerd om alles eruit te halen wat erin zit, maar gewaarschuwd voor het vallen in een standvastig ritme. Door de nuchtere woorden van de man liet ik mijn hoofd onlangs zakken. Hoewel de bedachtzame ervaring eigenlijk tot doel had om mij te motiveren, kon ik voor mezelf niet meer goed uitmaken wat mij dan net zou onderscheiden van anderen. Ik voelde me lid van een kudde groene blaadjes die in de toekomst keihard  het deksel op de neus zou krijgen. Dankzij het jongetje steek ik mijn borst weer trots vooruit.

Hij wordt later professioneel voetballer. En ik kan alles worden wat ik wil.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s